"Olj nen ieëmer woeëter": haal een emmer water. In het Middelnederlands (1200-1500) was "emer" een vat met een hengsel. "Ieëmer" past in het rijtje "lieërn" (leren), "mieër" (meer), "bieënn" (benen)… waarin de ee-klank uit het A.N. overeenstemt met de ieë in het Gooiks. Volgens Van Dale Etymologisch Woordenboek is emmer ontleend aan het Latijnse "amphora" (kruik met oren).

De Gooikse "ieëmer" is in Oetingen een "ôker", dat volgens dezelfde bron is afgeleid van het middeleeuws Latijn "aquarius" (lampetkan) van "aqua" (water).

Uitgebreide statistieken

  • Aantal paginahits: 27.335.274
  • Aantal bestanden: 1.461.874
  • Ontsloten informatie: 618.248 Mbyte
  • Aantal databankvelden: 11.069.196

Zoeken

Back to Top