Binken

Turnhoutenaars werden binken genoemd, bargoens voor knoeiers, lomperds, botteriken.

Muggenblussers

6 juni anno domini 1755. Het is een zwoele zomeravond. De zomerzon heeft een loden hitte over het land gelegd. “Brand! De toren van de Sint-Pieterskerk staat in brand!.” Het onheilsbericht rolt over het Marktplein. Alle weerbare mannen snellen toe. Ook de Bruine Paters, de brandweer van dienst zijn er: ze hebben een waterpomp en emmers met water en zand bij. Er wordt een lange rij gevormd en emmers doorgegeven… En dan zien ze het: het is een zwerm muggen; de toren brandt niet… "Er werd ernstig werk van deze ‘brand’ gemaakt, want in de burgemeestersrekening van 1755 kan je lezen dat er een vergoeding diende betaald te worden van 31 gulden en 13 stuivers voor herstelwerken aan het dak van de kerk. De schade werd veroorzaakt door de ijverige “Muggenblussers” tijdens het blussen van hun ‘brand’. Talrijke gedichten en publicaties verhaalden smalend over deze ‘brand’ en de spotnaam “muggenblussers” was geboren.. Spotnamen: “Bink” is een andere spotnaam voor Turnhoutenaars, scherper is de spotnaam “Christene Joden” en nog erger is het alom gekende gezegde dat “zelfs de beste Turnhouter nog een sezzie (deken) heeft gepikt”. Dan nog liever “ne Muggenblusser".

Uitgebreide statistieken

  • Aantal paginahits: 27.666.048
  • Aantal bestanden: 1.466.573
  • Ontsloten informatie: 619.019 Mbyte
  • Aantal databankvelden: 11.290.488

Zoeken

Back to Top